Toelating Rabbijnopleiding
De formele toelatingseisen voor de rabbijnopleiding zijn:- Een kandidaatsexamen of een Bachelor of een gelijkwaardige opleiding of een VWO-diploma en professionele ervaring die ervan getuigt dat de kandidaat zich de materie eigen kan maken;
- Een aantoonbare betrokkenheid bij het liberale jodendom (Liberaal; Reform, Conservative, Reconstructionist);
- Goed ingeburgerd zijn in de Nederlands-joodse gemeenschap
- Kennis van Hebreeuws op het niveau van kita alef;
- Ervaring in leiding geven aan groepen en/of lesgeven.
- Een Verklaring Omtrent het Gedrag van het Ministerie van Justitie moet worden overlegd.
- Wie gehuwd is met een niet-joodse partner kan niet worden toegelaten tot deze opleiding.
- Wie met een niet-joodse partner duurzaam samenleeft, kan evenmin worden toegelaten tot deze opleiding.
- Wie tijdens de opleiding met een niet-joodse partner trouwt of duurzaam gaat samenleven, kan de opleiding vervolgen, maar verwacht wordt dat deze partner tot het Jodendom overgaat vóór het einde van de opleiding. Als dit niet gebeurt, kan de student de semicha niet krijgen.
- In een dergelijke situatie is counselling en begeleiding geboden en kan een tijdelijke onderbreking in de studie worden aanbevolen.
De aard van de functie van rabbijn brengt met zich dat de persoonlijke levensstijl en levenswandel van een student niet zonder betekenis is. Hij of zij moet immers binnen en buiten de joodse gemeenten een leidinggevende positie en een voorbeeldfunctie in kunnen nemen. De levensstijl en levenswandel van de student maakt dan ook onderdeel uit van de toelatingsprocedure, zij het met de nodige waarborgen omkleed en zonder dat daarbij wordt gediscrimineerd naar sekse, seksuele geaardheid, ras, huidskleur, politieke overtuiging of leeftijd.
Toelatingsprocedure:
I. De kandidaat schrijft een aanmeldingsbrief in de vorm van een curriculum vitae, waarin
- hij/zij aangeeft aan de toelatingscriteria te voldoen;
- motiveert waarom hij/zij rabbijn wil worden;
- een overzicht stuurt over eerder gevolgde opleidingen en cursussen die relevant zijn en kopieën van behaalde diploma’s;
- een lijst van gelezen/bestudeerde relevante literatuur opgeeft;
- mogelijkheden aangeeft om de studie te kunnen financieren.
De brief wordt gestuurd aan de Decaan aan het adres in het blauwe veld onder deze pagina.
II. Er volgt minimaal één gesprek met de leden van de Toelatingscommissie over het hoe en waarom hij/zij de opleiding wil volgen en wat de verwachtingen en doelstellingen van de kandidaat zijn. De commissie beoordeelt de geschiktheid van de kandidaat (zowel volgens bovenstaande criteria als met betrekking tot algehele persoonlijkheid) waarna en aanbeveling wordt gedaan aan de Academische Commissie, die beslist of die verder onderzoek vraagt.
Eventueel kan een psychologische test of onderzoek deel uitmaken van de procedure.


